Het verhaal van Jan Rotsmakker en hoe hij de wereld veroverde.

Het verhaal van Jan Rotsmakker en hoe hij de wereld veroverde.

Jan Rotsmakker kan, vanuit het hiernamaals, terugkijken op het begin van een grote en lovenswaardige wending van de geschiedenis van de aarde.
Olie

Heel lang geleden, rond 1840, werd er een jongen geboren en hij heette Jan Rotsmakker. Jan bleek al snel een begenadigd zakenman. Zijn vader zat al in verkoop en als jongen verdiende hij een aardig zakcentje door kalkoenen te fokken, snoep te verkopen en allerhande hand en spandiensten voor mensen in de buurt te verrichten. Jan werd boekhouder en hij starte zijn loopbaan bij een bedrijf dat graan en kolen verscheepte. Vier jaar later begon hij samen met een partner voor zichzelf met een vergelijkbaar bedrijf. Precies in die tijd werd in Amerika, het land waar hij woonde, de eerste oliebron aangeboord en nog eens vier jaar later, toen hij 24 jaar oud was, investeerde hij in een olie-raffinaderij. Zeven jaar later richtte hij zijn eigen oliemaatschappij op, die binnen tien jaar een marktaandeel had van negentig procent.

Jan werd hierdoor ontzettend rijk, want de Industriële Revolutie was in volle gang en overal in de wereld werd de behoefte aan olie snel groter. En Jan had als zakenman geleerd om verder te kijken dan zijn neus lang was. Zijn enorme rijkdom kon hem veel invloed geven, maar hij wist in eerste instantie nog niet precies hoe. Bovendien ging de roddel rond, dat Jan zijn concurrenten nogal onder druk zette om hun aandelen aan hem te verkopen en dat deed zijn imago als zakenman weinig goeds. Totdat een vriend hem adviseerde om veel geld aan liefdadigheid te schenken. In die tijd al, waren veel mensen niet zo gecharmeerd van uitzonderlijk rijke mensen en filantroop worden was een handige en betaalbare manier om je imago een beetje op te vijzelen.

Restproducten

Omdat ruwe olie eerst bewerkt moest worden om er zuivere brandstof van te kunnen maken, hadden de bedrijven van Jan veel reststoffen over, waar ze nog maar weinig mee konden. Rond 1900 ontdekte mensen dat die reststoffen heel interessant konden zijn om nieuwe producten mee te maken, zoals plastic. Al snel ontdekten onderzoekers dat er nog veel meer mogelijk was met olie en zo ontstond de petrochemie.

In diezelfde tijd werd er steeds meer bekend over de vele natuurlijke vitaminen en mineralen die mensen nodig hadden om gezond te blijven. Die zaten tot die tijd gewoon in het eten. Jan ontmoette mensen, die van zijn reststoffen vitaminen en mineralen konden namaken. Als klap op de vuurpijl kon zijn afval ook worden gebruikt om geneesmiddelen mee te maken. Vitamine C was de eerste vitamine die men kunstmatig leerde produceren, in de vorm van ascorbinezuur. Maar ook Vaseline, waarvan ieder huis in de wereld wel een potje heeft staan, is een voorbeeld van zo’n product.

Jan had al snel door dat hier een compleet nieuwe markt aangeboord kon worden. Eén waarmee je mensen kon helpen gezond te maken en te houden; iets wat in de arme industriële steden, waar mensen onder slechte omstandigheden woonden en werkten, heel welkom zou kunnen zijn. In de eeuwen daarvoor hadden boeren het al niet zo ruim, maar ze hadden vers voedsel en werkten veel buiten op het land. Door de komst van arbeidsintensieve fabrieken veranderde de manier van leven over enkele generaties heen enorm, maar het menselijk lichaam bleef genetisch identiek aan dat van de boeren van weleer.

Patenten

Het grote voordeel van deze kunstmatige voedingsstoffen en geneesmiddelen was, dat je ze kon patenteren. Dat kon natuurlijk niet met de organische vitaminen, kruiden en mineralen, want die waren uitgevonden door de natuur en groeiden daar gratis en in overvloed. Zo combineerde Jan al snel de olie-industrie met chemie en medische wetenschap. Maar Jan wilde meer! Vanwege de mogelijkheid om patenten vast te leggen wist hij dat hij snel en slim moest zijn, om deze markten volledig onder zijn beheer te krijgen. Zo verkreeg hij monopolie in de markt en kon hij zijn producten met heel veel winst verkopen.

Dat laatste was nog niet zo gemakkelijk. Natuurgeneeskunde en kruidengeneeskunde waren ongelooflijk populair in zijn land, in die tijd. Die kennis was meegenomen uit Europa door de eerste bewoners van Noord-Amerika en ook had men daar veel geleerd van de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de Indianen. Jan bedacht een plan om deze lastige markt te veroveren; niet alleen in Noord-Amerika, maar over heel de wereld. Dit was hem in de oliemarkt gelukt en nu was het tijd om de volgende stap te zetten.

Nieuwe geneeskunde

Allereerst kocht hij een medicijnfabriek* in Duitsland. Ook huurde hij iemand in, meneer Flexner, die een vernietigend rapport opstelde over de Amerikaanse geneeskunde in die tijd. Hij stelde dat er veel te veel dokters waren, veel te veel verschillende opleidingen en dat het meeste van wat er geleerd werd kwakzalverij zou zijn. Dankzij dit rapport kon de biomedische industrie de standaard worden in de wereld. Omdat Jan veel invloed had in politieke kringen kon hij zelfs zo ver gaan, dat hij de traditionele geneeskunde liet verbieden en de nieuwe biomedische geneeskunde tot nieuwe standaard liet verheffen.

In die tijd veranderde er heel veel tegelijkertijd in de wereld, want de adel raakte steeds meer van haar geld en macht kwijt en door nieuwe communicatietechnieken als de telefoon en de radio werden mensen in alle lagen van de bevolking steeds mondiger en beter geïnformeerd. De bevolking groeide ook razendsnel dankzij de uitvinding van een aantal knappe vaccins, steeds betere hygiene en de opkomst van nieuwe medicijnen, waaronder ook biochemische. Bedenk goed dat in die tijd die nieuwe biochemische geneeskunde nog in de schoenen stond en geëxperimenteerd werd met zware metalen, giftige stoffen, aderlatingen en primitieve chirurgische ingrepen. Het was nog behoorlijk barbaars, om maar zo te stellen, maar veelbelovend. Chemotherapie bij kanker is echter nog altijd een voorbeeld van het toedienen van gif in de hoop dat de patiënt daar beter van wordt.

Het verbod op de traditionele geneeskunde had best veel voeten in aarde, want het schijnt dat artsen die vasthielden aan deze methode hun licentie verloren en het risico liepen om in de gevangenis te belanden. Jan zorgde ervoor dat er gewichtige ‘medische associaties’ werden opgericht, die zouden toezien op de juiste manier van het toepassen van zijn medische wetenschap en het uitbaten van medische praktijken. De toekomst rolde zich in hoog tempo uit over de wereld en was blijkbaar heer en meester geworden.

Geld voor goede doelen investeerde Jan onder andere in universiteiten. Daar konden jonge mensen leren hoe zijn producten precies gemaakt konden worden, waarmee hij zijn erfenis voor de toekomst kon veiligstellen, voor zichzelf en zijn nageslacht. Immers, wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Op deze universiteiten mocht alleen de nieuwe geneeskunde geleerd worden; oude geneeskunde werd voorgoed in de ban gedaan en veel kennis daarover werd verstopt of zelfs vernietigd, zo luiden verhalen uit die tijd.

Propaganda

Jan had uiteindelijk de wetgeving en de universiteiten op zijn hand, maar daarmee was de kloof tussen zijn netwerk en de gewone man op straat nog niet gedicht. Heel veel mensen bleven geloven in de traditionele geneeskunde, maar daar verzon Jan een oplossing voor. Door het verspreiden van een lastercampagne over homeopathie en natuurlijke medicijnen wist hij bijna iedereen zo ver te krijgen te gaan geloven dat de nieuwe medische wetenschap de enige werkzame was. Hiermee schreef Jan geschiedenis, want tot op de dag van vandaag geloven mensen dit nog steeds.

Vanaf dat moment beheerste het omvangrijke netwerk van Jan Rotsmakker niet alleen de bloeiende olie-industrie, maar ook de chemische industrie, de farmaceutische industrie, de politiek, de wereldbank en een groot deel van het financiële systeem, het onderwijssysteem en de media. En ook dat is tot op de dag van vandaag nooit meer veranderd.

Dankzij de nieuwe medische wetenschap is de levensverwachting van mensen sterk gestegen, kunnen ziektes die nooit eerder genezen konden worden, voorkomen of verholpen worden. Hierdoor groeide de wereldbevolking van één miljard mensen rond 1900 naar ruim zeven miljard in iets meer dan honderd jaar tijd. En niet alleen de wereldbevolking groeide, ook haar welvaart en levensstandaard groeide mee. Jan Rotsmakker kan, vanuit het hiernamaals, terugkijken op het begin van een grote en lovenswaardige wending van de geschiedenis van de aarde.

Eind goed al goed?

Je zou denken dat het verhaal hiermee ten einde is, maar het tegendeel is waar. De ellende begint hiermee pas. Jij, als goede lezer, zult wel aangevoeld hebben dat de zakelijke talenten van Jan Rotsmakker en zijn behoefte om heel veel geld en heel veel macht te bezitten, lange tijd hand in hand gingen met de natuurlijke behoefte van alle mensen om het morgen beter te hebben dan vandaag. Om hun kinderen te zien opgroeien tot succesvolle mensen die werk van betekenis doen in de samenleving. Om de wereld in snel tempo steeds slimmer, comfortabeler en bereikbaarder te maken. Waar Jan misschien vooral aan winst dacht, opende hij een weg vol mogelijkheden, een window of opportunities, voor álle mensen. Deed hij dit altijd op eerlijke en integere wijze? Nee. Zijn leven lang werd hij, vaak succesvol, beschuldigd van omkoping, machtsmisbruik en fraude. Maar hij werd nooit van zijn troon gestoten.

Door de groeiende wereldbevolking, de groeiende welvaart en de revolutionaire ontwikkelingen in de industrie en de technologie ontstond een nieuw probleem. De aarde werd een beetje klein voor zoveel mensen met zoveel behoeften. De nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten, die natuurlijk iedere belangrijke positie binnen al deze industrieën erfden en onderling verdeelden, zagen ook wel dat luchtvervuiling en overbevolking ten koste ging van de natuur en de dieren op aarde. Zelf maakten ze zich daar niet zo druk om, maar ze ontdekten al snel dat op universiteiten en hogescholen, maar ook in hun eigen journalistieke kringen, het langzaam maar zeker over niks anders ging. 

Geen mens denkt verder na, want het kan niet zo zijn dat Jan Rotsmakker’s kornuiten nog steeds allemaal aan de knoppen draaien. We hebben toch democratische verkiezingen?

Na de Tweede Wereldoorlog

Al snel na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de moderne samenleving zich in sneltreinvaart, met Noord-Amerika als kartrekker. Gewone mensen werden steeds rijker, slimmer en gelukkiger. Mensen konden gaan reizen, vakanties genieten. Uit eten werd bereikbaar voor bijna iedereen en de gemiddelde Amerikaan woonde op een eigen stuk grond en had een vrijstaande woning en een barbecue. Dat werd de standaard. Deze Amerikaanse cultuur verspreidde zich snel over de wereld, waardoor de American life style, inclusief haar muziek en haar films, de cultuurdragers voor de twintigste eeuw werden.

De technologie ontwikkelde zich razendsnel en vanaf het moment dat de computer uitgevonden werd, was de revolutie nagenoeg compleet. Echter, deze revolutie bezat een achilleshiel en daar kwamen de nazaten van Jan Rotsmakker heel vroeg achter om de simpele reden dat ze al decennia lang aan de knoppen draaiden. Zij beseften dat, als steeds meer werk door machines, computers en zelfs robots gedaan kon worden, er waarschijnlijk veel mensen zonder werk zouden komen te zitten. En geen werk zou geen inkomen betekenen. En geen inkomen zou geen uitgaven betekenen. En geen uitgaven zou de economie in elkaar doen storten en daarmee hun opgebouwde imperium in gevaar brengen. Regeren is vooruitzien.

Van groei naar krimp

De Rotsmakkers realiseerden zich op tijd dat de groei van de economie en de wereldbevolking niet oneindig konden doorgaan. Daarom richtten zij een club op, de Club van Rome, die eind jaren ’70 van de vorige eeuw de grenzen aan de groei onder de aandacht brachten van de wereld. En opnieuw wist een Rotsmakker, de jongste zoon van Jan, David, zich geniaal te bedienen van een mogelijkheid om zowel heel veel geld en macht te vergaren of te behouden én een appèl te doen aan een natuurlijke waarde van mensen; namelijk de behoefte aan een mooie, schone en rechtvaardige wereld.

Vanuit universitaire en journalistieke kringen werden mogelijkheden gesubsidieerd om onderzoek te doen naar de invloed van de mensheid op de toestand van de wereld en het klimaat. De keerzijde van de gouden medaille van het succes van Jan Rotsmakker was ondertussen de vernietiging van de aarde aan het worden en die keerzijde werd de gouden medaille van zijn kleinzoon. Het was niet moeilijk om bewijzen op tafel te krijgen dat de ongebreidelde groei en natuurlijke hebberigheid van mensen ten koste ging van haar eigen plek om te wonen. Althans, dat was het gevoel dat het rapport bij mensen teweeg moest brengen.

Overigens blijkt vandaag de dag dat het rapport van die Club van Rome helemaal nooit uitgekomen is en een veel zwarter scenario schetste dan werkelijkheid werd. Negativiteit verkoopt, moet David geweten hebben.

Eén en één is twee

Vanaf de jaren ’70 en werd, mede door de Club van Rome, klimaatpolitiek steeds belangrijker op de maatschappelijke agenda. Door op allerlei politieke en diplomatieke knoppen te drukken, werd de gewone burger langzaam maar zeker een schuldcomplex aangepraat voor haar behoefte aan meer en beter. Een nieuwe industrie zou uitkomst bieden om de oude industrie snel te doen vergeten: de Duurzame Industrie. Immers, de oplossing van industriëlen voor een industrieel probleem is voor de hand liggend: een industrie!

Vergelijkbaar met de wijze waarop na 1910 de biochemische industrie de traditionele geneeskunde op twijfelachtige wijze van haar troon stootte, zo stootte de Duurzame Industrie de traditionele van haar troon, behalve nog op die plekken waar gigantische winsten gemaakt werden. De autoindustrie bijvoorbeeld, werd min of meer gedwongen om steeds schonere en recyclebare modellen te ontwikkelen en te produceren, die bovendien ook steeds veiliger moesten worden. Er werden miljarden geïnvesteerd in de ontwikkeling van elektrische voertuigen, zodat de gewone man op straat het gevoel kon krijgen dat hij een steentje bijdroeg aan de verduurzaming van zijn consumptiepatroon, al was het alleen maar om zijn schuldgevoel af te kopen. Een aflaat anno 21e eeuw.

Dat zijn auto op stroom uit kolencentrales rijdt, dat zijn zonnepanelen met veel energie geproduceerd worden uit steenkool, zand en metalen en dat de grondstoffen voor de batterijen in zijn auto en mobiele telefoon gedolven worden door kinderen en jonge mannen en vrouwen in kobaltmijnen in Afrika voelt als een ver-van-mijn-bed-show en de beeldvorming hieromtrent wordt opvallend genoeg maar mondjesmaat door de media belicht. Dit mediabeleid staat in schril contrast met het aanwakkeren van de milieuproblematiek in de jaren ’70, ’80 en ’90, maar nu de industrie zichzelf opnieuw heeft uitgevonden mag er niet meer opgeschreven worden, dat in China maandelijks nieuwe kolencentrales geopend worden en in Afrika onderbetaalde kinderen, die eigenlijk op school zouden kunnen zitten, sterven in giftige mijnen. De consument voelt zich redder van het milieu, want de luchtkwaliteit in Utrecht zou verbeteren door het verminderen van de directe uitstoot. En China? En Afrika? Tja, die moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat doe ik toch ook met mijn eco-lifestyle?

De Verenigde Naties

Een ander belangrijk vergaderclubje van Jan Rotsmakker werd de voorloper van wat later de Verenigde Naties zouden worden. Als filantroop kocht hij daar wat zeggenschap. De VN zijn al decennia een prima plek om commerciële plannen, machtsstructuren, maatschappelijke trends en globale ontwikkelingen samen te smelten tot welluidende politieke concepten, die aansluiten bij de waarden van mensen én de waarden van de Rotsmakkers en kornuiten. Het vergaren van nog meer geld en macht kan hand in hand met het tevredenstellen van de gewone man én de ambitie om alle wereldproblemen, zoals armoede en ongelijkheid, op te lossen.

Het mooie van concepten is, dat het theorieën en plannen zijn. Het latere ‘vergaderclubje van Rotsmakker’ heeft goed ingespeeld op de belangrijkste behoefte van ministers, presidenten en koningen, namelijk: met veelbelovende plannen naar je bevolking stappen en hen enthousiast maken voor de steun daaraan en daarmee aan jou. Politici willen steun, zolang de kiezer niet besloten heeft. Die steun kan gemakkelijk worden verkregen via de kranten, de journaals en de te kiezen vakken en onderzoeksrichtingen op universiteiten en hogescholen, alsmede door het gericht beschikbaar stellen van subsidies voor onderzoek en wetenschap. 

Vanuit het schuldgevoel over consumptie en de behoefte aan een schone, groene, mooie wereld kon het perfecte plaatje worden geschetst van stervende bomen, overstromende dijken, tornado’s, aardverschuivingen en verdroogde woestijnen waar kinderen sterven omdat ze enkel een handje rijst te eten krijgen. Geen mens die zich afvraagt hoe het kan dat er raketten naar de maan geschoten worden, een netwerk van satellieten rondom de aarde circuleert, maar een corrupt of dictatoriaal leider in staat blijkt te zijn om zijn eigen bevolking uit te hongeren, dan wel dat onze welvaart ontoereikend is om te zorgen dat die mensen net zo veel te eten hebben als iedere westerling. Nee, het ligt aan de droogte, veroorzaakt door het klimaat waar wij de schuld aan hebben, zo leren we op school en uit de krant.

Geen mens denkt verder na, want het kan niet zo zijn dat Jan Rotsmakker’s kornuiten nog steeds allemaal aan de knoppen draaien. We hebben toch democratische verkiezingen? En de Verenigde Naties zijn er toch om de vrede op aarde te bewaken, zoals de Europese Unie is opgericht om te voorkomen dat de Tweede Wereldoorlog zich ooit nog zou herhalen in een derde? Al die mijlpalen in de geschiedenis hebben we toch met zijn allen gevierd?

Teveel mensen

Hoe dan ook, de nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten voelden op hun dure schoenen aan dat zij zo niet verder konden. Er moest een industrie van schaarste bedacht worden, mensen moesten minder in plaats van meer kinderen krijgen en als dat niet te snel ging, waren andere oplossingen mogelijk geoorloofd.

Zo introduceerde de biochemische industrie eind jaren ’60 de pil. Dat kwam goed uit, want de hippies ‘neukten in die tijd alles wat ze maar stoned en wel tegen het lijf liepen’ en niet iedereen zat nog te wachten op een groot gezin. Ten eerste deed dat ze denken aan meneer Pastoor, die bij hun ouders regelmatig langs kwam om te vragen of er al nieuwe nazaten in het verschiet lagen en ten tweede had de Club van Rome opgeroepen tot geboortebeperking. Zo konden de hippies zich nog meer verzetten tegen de almachtige Kerk; vrije seks en steeds minder geld in de collectezak tijdens de mis op zondag. Het was de Rotsmakkers weer gelukt een industriële en winstgevende oplossing te vinden voor een menselijke waarde én een maatschappelijk probleem; de babyboomers en hun constante behoefte aan meer en makkelijker.

Noem het een geluk bij een ongeluk, maar tien jaar later deed HIV zijn intrede. De pil had seks vooral gemakkelijker gemaakt, HIV maakte seks ineens een heel stuk lastiger. Vanwege besmettingsrisico werden condooms gemeengoed en werd de kans op een rem op de groei van de wereldbevolking en de daarmee dreigende ondergang van de economie een beetje in de goede richting gestuurd.

Verdeelde mensen, vervaagde culturen

De combinatie van een snel groeiende industrie, betere mogelijkheden om te reizen, ongelijke verdeling van de welvaart en als gevolg daarvan steeds luiere mensen enerzijds en steeds wanhopiger mensen anderzijds bracht een nieuw verschijnsel teweeg. Arbeidsmigratie. In landen met een hoge werkloosheid en weinig kansen vertrokken mensen massaal om te gaan werken in het bloeiende Westen. Een prachtige ontwikkeling, waardoor, bijvoorbeeld Nederland, naast de Indonesische, Surinaamse en Antiliaanse culturen ook islamitische, Oost-Europese en slavische culturen mocht verwelkomen. 

De eerste gastarbeiders waren ongelooflijk welkom, mede omdat de culturen die na kolonisatie met Nederland verweven waren geraakt zo geweldig goed geïntegreerd waren in de samenleving. Nederland, maar ook anderen landen, konden trots zijn op de wijze waarop veel culturen op een klein gebied konden samensmelten tot één prachtige en trotse bevolking.

De nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten zagen dit gebeuren en deden hier vooralsnog niet veel mee. Hoe meer mensen hun welvaartsniveau zagen stijgen, hoe meer omzet hun industrieën zouden krijgen; dus laat maar gebeuren. Tot het moment dat ze beseften dat dit wel eens heel goed binnen hun plan van de Club van Rome zou kunnen passen. Wanneer de groei van de wereldbevolking mag worden afgeremd, bijvoorbeeld door het onderlinge contact tussen mensen te beperken, zodat de sociale cohesie van een volk wordt verminderd, helpt het om de culturele waarden van een volk af te breken.

Het was iemand uit de Verenigde Naties die 160 jaar na het afschaffen van de slavernij Zwarte Piet ineens een ongepast symbool vond. Een beetje laat, vind u niet? En het zijn politici met grote bewondering voor de Verenigde Naties die via hun social media kanalen onze vreemde culturen hartelijk feliciteren met hun feestdagen, maar met Pasen of Kerstmis geen boe of bah Twitteren. Ondanks dat er drie tot vier keer meer vaccin-vrije mensen dan moslims rondlopen in Nederland, passen winkels hun aanbod wel aan tijdens het Suikerfeest, maar staan er straks QR-poortjes om vier miljoen gevaren voor de volksgezondheid buiten de deur te houden. Op dit moment zijn er plannen om het katholieke Carnaval naar de zomer te verplaatsen; hoezo heiligschennis?

WOKE

De ontwikkeling van het vrijmaken van een land of volk van zijn of haar cultuur past heel goed binnen het kader van een nieuwe samenleving. Een samenleving met minder mensen, die leven in gecreëerde veiligheid en hun levenslange bijdrage leveren aan het systeem van Jan Rotsmakker om hiervoor beloond te worden met inkomen, huisvesting, goede zorg en een zeker pensioen. Het klinkt als een sprookje van Grimm. Grimmig is misschien een beter woord.

Binnen dat kader is het geweldig dat er dankzij financiële inmenging van een paar nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten een beweging is ontstaan die iedereen graag een labeltje op wil plakken: WOKE. Persoon A is man, hetero en wit, persoon B is non-binair, LHBTQ-i en zwart. En je moet kiezen, want anders benadeel je de mensen die al gekozen hebben, zolang je maar niet verwijs naar je land van herkomst, je ‘ras’ of je religie. En als witte hetero man ben je automatisch schuldig aan de slavernij, ook al ben je lid van Groen Links of BIJ1 van Sylvana Simons. Je draagt het geschreven leed van de 17e eeuw mee in je huidskleur, want dat doen de zwarte mensen ook. Als vrouw verdien je meer kansen op de arbeidsmarkt, maar vooral als je het ver wil schoppen, tot CEO van Unilever bijvoorbeeld. Wil je liever thuis voor de kinderen zorgen, dan ben je automatisch afgeschreven en niet langer een bewonderenswaardig lid van de gemeenschap. En ben je islamitisch, dan heb je bij voorbaat een achterstand op de arbeidsmarkt en die moet gecompenseerd worden via reclamecampagnes in jouw voordeel. Positieve discriminatie is namelijk geen discriminatie, volgens WOKE.

De WOKE-beweging strijdt voor een inclusieve maatschappij; een woord dat verzonnen is door Rotsmakker’s Verenigde Naties en haar zuster-clubje ‘World Economic Forum’. Het sluit perfect aan op de prachtige menselijke waarde, dat ieder mens gelijk behandeld zou moeten worden en gelijke kansen verdient. Inwendig zorgt inclusiviteit voor het afvlakken van culturele waarden, bereidt het de wereldbevolking voor op een digitale samenleving waarin we als kippen in een legbatterij ten dienste staan van het systeem om het zuurverdiende geld in de economie rond te pompen in ruil voor een hok, voer en bewaking. In de rapporten en verslagen noemen ze dat overigens: een dak boven je hoofd, gezonde en duurzame voeding en veiligheid op basis van verantwoordelijkheid. Ja goochelen met taal is ze wel gegeven, die Rotsmakkers.

Inclusiviteit

Die inclusiviteit-gedachte is overigens maar relatief. Je moet inderdaad inclusief denken en handelen, maar als je het ergens niet mee eens bent dan hoor je dat meteen en lig je er waarschijnlijk snel uit. Inclusiviteit sluit niet-zo-inclusieve denkers uit. Dat klinkt mij niet zo inclusief, maar de nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten zien gniffelend toe hoe de Westerse geschiedenis langzaam wordt gewist, nadat de geschiedenis van de Afrikaanse stammen en de volkeren in Zuid-Oost Azië in de 17e eeuw en de Indianen (WOKE-term: native Americans) in de 19e eeuw werd uitgewist. 

Het transhumanisme maakt de weg vrij voor een Vierde Industriële Revolutie waarmee de nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten in de voetsporen van hun (bet-)overgrootvader kunnen stappen. Een wereld waarin mensen zo gelijk mogelijk aan elkaar gemaakt worden op het gebied van levensovertuiging, geslacht, voedsel, veiligheid, medicijngebruik, bezit (of het gebrek eraan), status, ecologische voetafdruk, politieke voorkeur, levensverwachting, gezinsgrootte, leefstijl, ambities, wijze van ontspanning, opleiding, kennisniveau en nog veel meer. Jouw unieke identiteit wordt gereduceerd tot een unieke QR-code, één bankrekening en een ‘maatschappelijke rekening’ waarin jouw bijdragen in positieve en negatieve zin worden genoteerd zoals destijds in het boek van Sinterklaas. De symboliek en vergelijking is nauwelijks treffender samen te vatten.

Inwendig zorgt inclusiviteit voor het afvlakken van culturele waarden, bereidt het de wereldbevolking voor op een digitale samenleving waarin we als kippen in een legbatterij ten dienste staan van het systeem om het zuurverdiende geld in de economie rond te pompen in ruil voor een hok, voer en bewaking. In de rapporten en verslagen noemen ze dat overigens: een dak boven je hoofd, gezonde en duurzame voeding en veiligheid op basis van verantwoordelijkheid.

Vrij van vrijheid

De nieuwe vrijheid, het neo-liberalisme, maakt mensen zo vrij van het verleden, zo vrij van vrije wil, zo vrij van eigen waarde, zo vrij van identiteit, zo vrij van cultuur, zo vrij van elkaar, zo vrij van vlees, suiker, gluten en zonlicht, dat er geen vrijheid meer voor hen overblijft.

Het wordt verkocht op dezelfde manier als waarmee de innovaties in de jaren ’50 van de vorige eeuw en de jaren 90’ van twee eeuwen geleden werden verkocht: vooruitgang, gemak, comfort, ontwikkeling, nieuwe mogelijkheden en een gouden toekomst.

Jan Rotsmakker was goed in het beloven van gouden toekomsten aan mensen, zolang die van hem maar geen enkel moment in gevaar kwam.

Jan Rotsmakker was goed in het combineren van menselijke waarden met winstgevendheid en macht voor zichzelf.

Jan Rotsmakkers nazaten hebben zijn erfenis goed bewaakt en zijn nu klaar voor de finale; een digitale wereld met steeds minder mensen, een hoog consumptieniveau, grote afhankelijkheid van luxe, veiligheid en zekerheid en met een centrale, anonieme, globale en digitale overheid, waartegen niet te protesteren, te corrumperen of te verzetten valt. 

Of dacht u dat het omver rijden van een politierobot op straat enige impact zou hebben, anders dan op uw bankrekening of vrijheid?

Einde verhaal

Het verhaal van Jan Rotsmakker begon zo mooi. Maar hij die de wereld wil bezitten en beheersen, zal hem uiteindelijk gaan verliezen. Dat is de wijsheid van Dao en die houdt al meer dan zeven eeuwen stand. Het is de Kerk niet gelukt en het zal Rotsmakker en kornuiten waarschijnlijk ook niet lukken. Echter, hoe ver de transitie naar transhumanisme kan gaan is aan ons; het volk. John Lennon zei het al: Power to the People. Machthebbers zijn niets, wanneer zij geen macht meer hebben over mensen. Ze kunnen dan beter kalkoenen gaan fokken.

Laten we hopen, bidden, smeken en werken dat de nazaten van Jan Rotsmakker en kornuiten heel snel een grote rot smak gaan maken en daarna nooit meer opstaan. De wereld zal vanaf dat moment vrede, saamhorigheid en een geluk kunnen kennen op een manier die al vele generaties, misschien wel sinds de opkomst van de Kerk, ongekend is geweest voor mens en natuur.

Igor van Kaam

 

 

*De medicijnfabriek die Jan Rotsmakker kocht zou jaren later het ‘gas’ aanleveren voor de beruchte gaskamers in de concentratiekampen van de Tweede Wereldoorlog. De fabriek werd later opgesplitst en kreeg een andere naam en ontwikkelt nu mede vaccins tegen Covid-19.
Kennis opgedaan in die tijd door gewetenloze experimenten op gevangen genomen burgers, viel rechtstreeks in handen van het instituut dat vandaag de dag het gezondheidsbeleid in Duitsland bepaalt: het Robert Koch Instituut; het RIVM van Duitsland. 

 

 

Bronnen bij dit verhaal:

 

Geef een antwoord