Er was eens een timmerman, lang geleden in de tijd dat er nog veel timmermannen waren. Deze timmerman werkte jarenlang hard in zijn schuurtje en het werk dat hij leverde werd hoog gewaardeerd. Het was hard werken, maar langzaamaan ging het steeds een beetje beter. In het begin moest de timmerman nog wel eens bijklussen ergens anders, maar na enkele jaren kon hij leven van wat hij verdiende met het timmeren. Het schuurtje werd een kleine maar gezellige loods.

Op een dag vroeg één van zijn klanten: “Ik heb altijd al timmerman willen worden. Kan ik dat leren?” De timmerman droomde er al lang van om zijn werkplaats uit te breiden, zodat ze meer klanten konden bedienen. En zodat er ook eens een frisse wind zou waaien. Misschien zouden ze samen wel op ideeën komen om nieuwe producten te ontwikkelen? De timmerman besloot de klant toe te laten in zijn werkplaats en liet hem langzaamaan alle geheimen ontdekken. Het was een vrijwillige leerschool. Een soort stage. De klant, die nu leerling geworden was, investeerde van harte mee. Samen hadden ze ook best veel lol! Dit voelde goed voor de toekomst.

Op een dag was het zover. De leerling wilde nu officieel tot timmerman bevorderd worden. De timmerman besloot de leerling naar zijn meester te sturen, die ver weg woonde. Ze spraken af, dat de leerling de reis zou betalen, dan zou de timmerman de proeve van bekwaamheid financieren. Zo kon de leerling dit bedrag terugverdienen met een deel van het geld voor het werk wat hij zou verzetten. Dat was het plan. De timmerman liet de leerling wel beloven, nooit het werk van de timmerman voor zichzelf te gaan doen. Dat was in het verleden al eens gebeurd en dat had de timmerman diep geraakt. Ze schudden elkaar de hand, de leerling ging naar de meester van de timmerman en slaagde met glans.

De timmerman en de leerling werkten gezellig samen en hadden veel plezier op de momenten dat de leerling er werkte. De leerling had elders een vaste baan, maar daarbinnen was ruimte om zijn droom te verwezenlijken. Omdat de leerling nog niet meteen veel verdiende, kon hij schijnbaar niet meteen beginnen met terugbetalen van de lening die de timmerman hem had verstrekt. Uiteraard streek de timmerman over zijn houten hart en gaf de leerling alle tijd om later te beginnen met betalen. Van vertrouwen en investeren was de timmerman zelf ook ooit gekomen waar hij nu stond. Het was geen enkel probleem, ondanks dat de timmerman het wel raar vond; de leerling had toch een vast voltijd loon bij die andere baas? 

Ongelukkigerwijs, de timmerman kwam op een gegeven moment ten val, waardoor hij voor langere tijd uitgeschakeld was. Een van de vaste klanten van de timmerman vroeg al jaren veel te veel inspanning en toen de ervaren timmerman zijn grenzen begon aan te geven werd hij door de klant pardoes op straat gezet. De oude timmerman was kapot van verdriet en besefte, dat hij zich teveel had laten leiden door de macht van zijn klant. Zijn vermoeidheid speelde parten toen hij lelijk ten val kwam en uitgeschakeld werd.

De leerling nam een deel van zijn taken waar en de timmerman betaalde zijn loon. De timmerman bemoeide zich nog wel eens met de gang van zaken, maar omdat hij baalde, dat hij zijn werk niet meer kon doen, was hij verre van vrolijk. Toch, hij merkte dat de leerling zich prima redde. Mooi. Hij kon het een beetje loslaten.

Echter, door het wegvallen van die belangrijke klant droogden de inkomsten snel op. De leerling kon goed timmeren, maar hij hield zich niet bezig met het binnenhalen van nieuwe opdrachten. Dat deed de timmerman altijd zelf, maar dat ging nu even niet. Dus in plaats van dat er nieuwe opdrachten bij kwamen, viel de klandizie van de timmerloods ineens hard terug.

Omdat de timmerman nog steeds niet voor de volle 100% kon meedraaien werkte de leerling, die nu ook timmerman was, de opdrachten netjes af. Maar de jonge timmerman maakte zich zorgen. Hij had zijn vaste werk nooit opgegeven en verdiende gewoon zijn vaste salaris, maar het geld dat hij bijverdiende bij de timmerman kwam hem goed uit en nu leek het erop, dat die bijverdienste ging opdrogen. Wat als de timmerman nooit meer beter werd? Hij had flinke schulden en de ambitie om ooit veel geld te bezitten. Ging hem dat in de oude loods wel lukken?

De oude timmerman wist, dat hij nog even een beroep moest doen op de nieuwe timmerman, zolang hij niet fit was. Hij hoopt maar dat de jongen, die tot voor kort nog een leerling was met een droom de hij had helpen uitkomen, wel over zijn hart zou strijken. Dat zou hem meer tijd geven om te herstellen en om de zaak er daarna weer snel bovenop te helpen. Samen zouden ze daar vast en zeker uitkomen, want ze vormden een mooi team.

Maar de jonge timmerman dacht daar anders over. Hij had al eens een week langer moeten wachten op zijn extra loon en dat zinde hem niet. Hij vond dat de timmerman gewoon zijn afspraken moest nakomen. Ziek of niet.

Dat raakte de oude timmerman. Zo was hij niet opgevoed. En zo was hij niet groot geworden. De oude timmerman wist, dat goede wijn in jaren rijpt. Niet in dagen. Hij keek soms rond in de loods en dacht, “Ziet mijn oud-leerling nu niet de waarde van deze loods? Hij is hier toch zelf ook ooit klant geworden? Ik heb hem toch alle vertrouwen en financiële ruimte gegeven zijn droom te verwezenlijken?”

De oude timmerman wist niet goed wat hij met de situatie aan moest en voelde vooral veel verdriet. Het was natuurlijk prachtig, dat de jonge timmerman het werk voor hem uitgevoerd had toen hij zo ziek was, maar hij had tot nu toe iedere cent betaald gekregen. Nu het overduidelijk tegen zat en de timmerman, ondanks zijn ziekte, er alles aan deed om snel te herstellen en weer nieuwe opdrachten te krijgen, bleef de jonge timmerman op zijn strepen staan. Hij kon blijkbaar niet leven met het feit, dat het inkomen uit zijn bijverdiensten misschien enkele maanden zou bevriezen. De timmerman had hem wel eens gevraagd, om mee te denken aan het werven van nieuwe klanten of om mee te investeren, maar de jonge timmerman leek vooral veel te hechten aan zijn vaste inkomen. Hij wilde graag creatief zijn met hout en betaald worden voor de uren in de werkplaats, maar niet meer dan dat. Dat raakte eigenlijk ook de toekomstverwachtingen van de oude timmerman…

De oude timmerman gaf aan, dat het er een tijdje zo slecht uit zou zien, dat hij het risico liep om voorlopig echt even ‘op de pof’ te werken voor de loods, in de volle verwachting dat het de oud-leerling de kracht van de loods en van hun teamwork wel zou zien en erop zou vertrouwen dat, zodra de timmerman weer helemaal hersteld was de zaak snel weer zou opbloeien naar nieuwe glorie. En dat er voor beiden nieuwe prachtige kansen zouden liggen. Hij deed een beroep op de drive en de droom van de nieuwe timmerman; samen uit samen thuis. For better, for worse….

Was het omdat de timmerman niet zo vrolijk was geweest toen hij ziek was? Was het omdat de jonge timmerman af en toe in de bres had moeten springen, als klanten struikelden over de toon die de timmerman soms aansloeg, op de dagen dat die zich heel slecht voelde? Had de oude timmerman iets verkeerd gezegd tegen de leerling? Had hij hem ooit ergens in tekort gedaan? Hij kon het zich niet herinneren. Hij geloofde in de leerling en hij droeg hem op handen. Overal waar hij kwam. De jonge timmerman was iemand op wie hij trots was. 

De vraag was, hoe trots de jonge timmerman was op de loods waar hij zoveel geleerd had. Hoeveel liefde er was voor het vak, de loods en de oude timmerman zelf. Kon hij een toekomst zien?

Na enkele maanden bleek, dat de jonge timmerman nooit van plan was geweest om de oude timmerman te ondersteunen en te helpen. Hij had al langer het plan, om ooit zijn eigen werkplaats te beginnen en wilde voor zichzelf vooral het maximale uit de samenwerking halen. Zo kon hij sneller uit zijn schulden komen. Toen de oude timmerman nog sterk was, gaf hij hem het voordeel van de twijfel. Zodra bleek dat de oude timmerman geen zekerheid meer kon bieden, besloot hij hem te verlaten en samen met de andere knecht in de werkplaats zijn eigen werkplaats te beginnen. Het was voor hem niet moeilijk om alle klanten van de oude timmerman te benaderen; de oude man was te goed van vertrouwen geweest en had nooit gedacht dat hij daarover goede afspraken moest maken. Toen de oude timmerman hem hierop aansprak, besloot hij alle contact te verbreken. En de knecht deed met hem mee.

De oude timmerman tast nog steeds in het duister, hoe de jonge man zo gewetenloos kon handelen. Het heeft hem enkele weken geduurd om van de val te herstellen. Het duurt misschien nog jaren om het vertrouwen in andere mensen terug te krijgen. En de klanten? Die hebben geen idee wat zich heeft afgespeeld in de oude timmerloods, met uitzondering van die ene grote klant. Inmiddels werkt de leerling zelfs voor hen.

Geef een antwoord