Enkel in een bijna-doodervaring…

Op een doordeweekse dag in juni, het is 2001, vertrekt een man al vroeg op de fiets van huis om schuimtaarten te gaan halen bij de bakker. Morgen is zijn vrouw jarig en over een paar dagen hij zelf. Beiden zijn begin 80, wonen volledig zelfstandig en hebben het goed, samen.

Rond het middaguur wordt er aangebeld bij de vrouw. Politie. Uw man heeft vermoedelijk een ongeluk gehad en dient geïdentificeerd te worden.

Enkele uren later belt mijn oom me op. Opa, de vader van mijn in maart dat jaar aan kanker overleden moeder, is voor de trein gaan zitten. 40 jaar conducteur geweest en de laatste trein genomen. Aan de grond genageld, sta ik. Hij zwaaide me een week daarvoor nog uit van achter het gordijn in zijn woonkamer, toen ik daar de straat uit reed voor een weekje vakantie. Ik was die nacht pas weer thuisgekomen.

Opa was sinds het overlijden van zijn oudste dochter, mijn moeder, lastig te doorgronden geweest voor mijn oma. Nu zouden we dat depressief genoemd hebben. Achteraf heeft niemand de signalen goed opgemerkt, geloof ik. Achteraf is mooi wonen. Geloven doen we in de kerk.

Het was niet mijn eerste confrontatie met het zelfgekozen einde. Enkele jaren daarvoor verkoos een andere broer van mijn moeder ook de regie over het einde. Vanaf dat moment besloot ik te geloven, ik was toen 15 jaar oud, dat voor ieder probleem een oplossing zou zijn en dat het einde verkiezen geen oplossing was. Met het oog op de achterblijvers.

Het vallen van het blad. Het keren van de zon. Het korten van de dagen. Herfst. Einde van de lichte periode. De donkere dagen van december in aantocht. Dat is wat mensen zeggen. Uit cijfers blijkt, dat juist het voorjaar de periode is, waarop mensen hun einde regisseren. Met januari als piekmaand. De gemiddelde eindredacteur van het leven verkiest de lente als klap op de vuurpijl.

Zelfdoding. Een egoïstische daad of een moedig besluit? Of iets anders…

Generaties westerlingen zijn opgegroeid met het dogma, dat een mens niet zelf beslist over zijn begin en zijn einde. Je wordt geboren en je zult er wat van maken. Vroeger kwam je in de hemel als je je best deed. Tegenwoordig kan iedereen via Char en Derek Ogilvie onsterfelijk worden. Onsterfelijk. Overal en ergens zijn.

In 2006 was ik bij een seminar van een NLP Trainer die 100% succesvol zei te scoren op suïcidale cliënten. Daarmee bedoelde hij, dat al zijn cliënten nog leefden en dat het goed met hen ging. Of beter dan goed.

Dagelijks plegen zo’n 4 tot 5 mensen zelfmoord. Met name ‘autochtone’ Nederlanders.

Maar ben je succesvol als je een suïcidaal iemand kunt overtuigen te kiezen voor het leven in plaats van de dood? In het perspectief van leven en dood, is de dood niet een natuurlijke overgang naar een volgend bestaan? Een stap in het ongewisse?
Ik spreek jaarlijks talloze mensen, die heilig geloven dat er dood niets is. Alsof je slaapt en daar merk je ook niets van. Om Heineken nog maar eens aan te halen: “Ik vond het niet erg toen ik er nog niet was. Dus als ik er niet meer ben, vind ik het ook niet erg.”

Maar stel nu eens, dat het leven geen enkele waarde meer voor je heeft! Dat je bent uitgekeken op je vrienden en familie, die in de ratrace van het verdienen van ons dagelijks brood geen tijd nemen om stil te staan bij de vraag “Waarom? Wat is de zin van het leven?”
Dat je je best hebt gedaan om het leven lichtzinnig op te vatten, maar dan niet verder kwam dan roddelbladen en housemuziek? En dat politici, die het leven nog eventueel betekenis zouden kunnen geven, in jouw ogen de ene naar de andere verkeerde of hypocriete beslissing nemen. En de media je brein dagelijks vergiftigen met het aller vreselijkste dat mensen elkaar en de aarde kunnen aandoen?
Wat als je vindt, dat mensen het leven niet waard zouden mogen zijn en je op een goede dag denkt: “Zij eruit of ik eruit!”

En dat deze draad in je hoofd iedere keer weer terugkomt. Die depressie. Twee weken voel je je goed en dan ga je weer een maand de tunnel in. En het ritme blijft zich herhalen.

Het brein is als een spier en depressie kan evengoed getraind worden als geluk. Onze mind-set is eenvoudig beïnvloedbaar. En dus kan een mens zijn depressie ombuigen naar euforie. We kunnen ons lijf vullen met serotonine, oxytocine, adrenaline, melatonine, dopamine. En ons heerlijk voelen. En tot op de laatste dag balen als een stekker, dat we het leven moeten verruilen voor het onbekende.

Mensen met een ‘bijna-doodervaring’ verlangen allemaal terug naar de dood. Alsof een masker is afgezet. Alsof een ballast is achtergelaten. Een bevrijding. Het bewuste zonder materie. Voor hen is de dood bekend terrein geworden.

Van de hak op de tak. Zo gaan mijn gedachten over zelfdoding. En waar brengen deze overwegingen mij? Is de term ‘ondraaglijk lijden’ alleen bestemd voor lichamelijke klachten? Is zelfdoding echt zo onaanvaardbaar?

Wat mij betreft luidt het antwoord… JA.

Ik geloof, dat onze geest niet in staat is te doorgronden, wat het universum met ons voor heeft. En dat we enkel de signalen en symbolen kunnen waarnemen en daarvan iets leren. Als de reden dat de mens, als enig levend wezen, moraliteit heeft ontwikkeld, is dat we ons ongelukkig en tekort gedaan kunnen voelen en de toekomst niet meer zien zitten, dan gebruiken we een ‘Godgiven Talent’ destructief.

Zouden we leren van onze omgeving, dan zouden we het leven voor vanzelfsprekend aannemen, zoals bomen, planten en andere dieren dat doen. Dan zouden we accepteren, dat de tijd enkel vóóruit gaat. En rivaliseerden we om onze plek op aarde te veroveren tussen alle andere elementen. En dan zouden we doodgaan op het moment dat de tijd vond, dat het tijd was. Want de tijd vergist zich niet.
En onze talenten zouden de middelen vinden, om het leven te rekken en nog beter door te geven aan volgende generaties. Zoals een plant kan uitreiken naar de zon. En vogels verplaatsen naar voedselrijke gebieden.
Geen bergen zonder dalen. Geen vloed zonder eb. Geen dag zonder nacht. Geen opbrengst zonder ontbering.

En toch, geen regel zonder uitzondering. In de natuur worden zieke en zwakke broeders verstoten, overwoekerd of vermoord. Onze moraliteit verhindert dat. Mijn opa heeft zijn leven lang gezegd: “Als ik ooit iets ga mankeren, sla me dan maar met een eind hout in mijn nek.” Hij zou die middag even naar het ziekenhuis voor controle van een opgezwollen klier in zijn hals en besloot de diagnose niet af te wachten.

Ik pleit hier vóór euthanasie bij ondraaglijk lijden en tegen de zelfgekozen dood. Ik neem een standpunt in, omdat ‘Zin in het leven hebben’ geen gegeven is, maar een manier van kijken. Constructief versus destructief. Vooruit in de tijd of terug. En terug bestaat niet. Enkel in een bijna-doodervaring.

Ik ben jaren boos op mijn opa geweest. Uiteindelijk heb ik hem vergeven. Dat was de les die ik te leren had.

Geef een antwoord